zondag 24 oktober 2021

Anuk Arudpragasam || A Passage North

 

Shortlist 2021

Er gebeurt weinig in A Passage North, desondanks slaagt Arudpragasam erin een geweldige hoeveelheid informatie te delen met zijn lezers. Hij heeft gekozen voor een beschouwende schrijfstijl en gebruikt die als vehikel om gedachtes, feiten en overpeinzingen te delen. Op die manier pakt hij mooie maar ook bittere en wrede momenten letterlijk en figuurlijk in. 

Hoofdpersoon Krishan ontvangt aan het begin van de roman nieuws dat de vrouw die twee jaar lang voor zijn moeder heeft gezorgd overleden is. Hij besluit haar crematie bij te wonen.  Dit bekent een lange reis per trein vanuit Colombo naar het noorden van Sri Lanka. De roman beslaat in realistische tijd niet meer dan het moment van het telefoontje tot het moment dat Krishan weer terug wandelt naar Rani’s dorp na de crematie. In de tussenliggende pagina’s 365 pagina’s deelt een beschouwende verteller Krishan’s gedachtes met ons.

Gedachtes over zijn grote liefde Anjum, een Indiase vrouw die vastbesloten was haar leven te wijden aan de minderbedeelden in haar land. Een vrouw bovendien die meer dan Krishan in staat was lief te hebben zonder verplichtingen. Ook zij heeft haar moeilijke momenten gekend in de liefde, die hebben haar alleen maar meer vastbesloten gemaakt om haar eigen, bepaald niet gemakkelijke weg te kiezen.

Gedachtes over poëzie, over literatuur. Hele passages zijn gewijd aan samenvattingen van traditionele Sri Lankaanse of Indiaanse (religieuez) verhalen. Gedachtes ook van filosofische aard. Arudpradagam springt soepeltjes van literatuur en feit over naar conceptuele overdenkingen over leven en dood, over liefde, verantwoordelijkheid. Vaak eindigend in prachtig geformuleerde overpeinzingen. 

Gedachtes ook over zijn land, Sri Lanka, de lange periode van geweld waarin Tamil Tijgers vochten met regeringstroepen. Een periode die inmiddels beëindigd is maar waar het hele eiland nog steeds de consequenties van draagt. Kirshan heeft nooit partij gekozen, hij verbleef gedurende lange tijd in het buitenland, studeerde in India. Door Anjum is hij gaan nadenken over de verantwoordelijkheid die hij zou moeten voelen voor zijn land. Na een aantal jaar in voormalig oorlogsgebied gewerkt te hebben, is hij nu weer terug in zijn ouderlijk huis. 

Rani, de overleden vrouw, woonde in oorlogsgebied en heeft de lange strijd moeten bekopen met de dood van haar twee zoons. Een drama dat zij nooit te boven is gekomen. Arudpragasam gebruikt Krishan’s overpeinzingen om keiharde feiten over de strijd te delen met zijn lezers. De martelingen die plaatsvonden in gevangenissen, het gestaalde kader van de Tijgers die ervoor kozen om zichzelf op te offeren voor de strijd. En passant vele anderen met zich meenemend in hun bomaanslagen. Arunpragasam kiest er niet voor uitvoerig in te gaan op de oorzaak van de strijd, de geschiedenis die geleid heeft tot een burgeroorlog tussen Tamils, moslims en Hindoes. Hij beperkt zich tot het beschrijven van de letterlijk en figuurlijk gapende wonden die de oorlog heeft veroorzaakt. 

A Passage North is één lange beschouwing. Arudpragasam springt met dank aan gedachtes in het hoofd van Krishan heen en weer tussen de jaren en de feiten. Krishan is niet zozeer de hoofdpersoon als wel het vehikel om de beschouwingen een plaats te kunnen geven. Er is geen sprake van een chronologische structuur, de overpeinzingen lijken bijna terloops. De ene gedachte geeft aanleiding tot een verhandeling over een ander onderwerp. A Passage North lijkt daarmee een beetje op een luchtballon die letterlijk met de wind meewaait. Omdat die luchtballon in dit geval wel begrensd wordt door het kader van de verteller verandert de wind hooguit af en toe van richting, ontaardt nooit in een stevige storm laat staan orkaan.  

Ik vermoed dat A Passage North voor veel lezers te traag, te beschouwend is. Ik vond het prettig dat met name de gruwelijkheden van de burgeroorlog behoedzaam ingepakt waren. Ik houd nu eenmaal niet van expliciete beschrijvingen van gewelddadigheden.  De gruwelijkheden zijn een essentieel onderdeel van de geschiedenis van Sri Lanka, ze konden in de roman niet ontbreken. Voor mij komen ze op deze manier harder aan dan wanneer Arudpragasam van dik hout planken had gezaagd. 

Ik snap dat deze roman de shortlist heeft gehaald. Ik heb ervan genoten, Arudpragasam heeft mij onnadrukkelijk meegenomen in het leven van een jongeman. En maakte daarmee de toestand van zijn land des te nadrukkelijker. 


 


zondag 17 oktober 2021

Nadifa Mohamed || The Fortune Men

 


Shortlist 2021

Ik vrees dat ik gemengde gevoelens heb over The Fortune Men. Ik merkte dat het moeite kostte om in de roman te komen, dat ik me de dag nadat ik het dichtgeslagen heb me afvraag of Mohamed niet teveel heeft willen doen om haar boodschap duidelijk te maken. Die kwam nu al hard aan, maar was misschien nog overweldigender geweest met meer focus.

The Fortune Men is gebaseerd op een waar gebeurd verhaal. Hoofdpersoon Mahmood Mattan is een Somalische zeeman die eind jaren vijftig in het Britse Cardiff wordt beschuldigd van de moord op een vrouw. Hij is onschuldig maar wordt toch veroordeeld en geëxecuteerd. Decennia later werd hij alsnog onschuldig verklaard; zijn executie een consequentie van keihard racisme. 

Violet Volacki is een ongetrouwde vrouw, ergens in de veertig, die de pandjeszaak van haar vader heeft overgenomen. Zij runt de winkel efficiënt, leent geld waar nodig, geeft boodschappen mee op de pof. Haar winkel staat in een niet al te veilige volksbuurt bij de haven van Cardiff. Mahmood Mattan is een jonge vent, een Somalische zeeman. Hij is in Cardiff blijven hangen, omdat hij verliefd werd op een witte Britse vrouw, Laura. Samen hebben ze drie kinderen. Op het moment van de moord is het huwelijk bepaald niet gelukkig: Laura heeft Mahmood het huis uitgezet, hij woont op kamers. 

Waar Violet en haar zus pilaren van de (Joodse) gemeenschap zijn, die na jaren hun plek in de havenwijk hebben verdiend, is Mahmood een nieuwkomer. Violet wordt gerespecteerd, haar buurtgenoten hebben wellicht zo hun ideeën over de wijze waarop ze haar geld verdient maar zien haar wel als een respectabele vrouw. Eentje die zich netjes gedraagt en zich aan de wet houdt. Dat ligt even anders bij Mahmood. Hij heeft een wat eigen kijk op wat persoonlijk bezit is en schroomt niet om hier en daar spullen te spelen, mensen een beetje op te lichten en vooral geld bij elkaar te gokken. Hij is een kleine crimineel die het zo nauw niet neemt met de wet. De politie kent hem. 

Om nu te zeggen dat Mahmood een sympathieke hoofdpersoon is? Nou nee. Hij is brutaal, op het schaamteloze af. Snapt nog niet dat een bepaald gedrag hem niet sympathiek maakt bij zijn buurtgenoten. Hij is met veel mensen in gedoetjes verwikkeld, verspeelt zijn krediet. Pas laat in de roman licht Mohamed toe dat de man niet kan lezen en schrijven, dat hij nauwelijks opleiding heeft gehad, dat hij is opgegroeid in een land waarin eigen wetten gelden. Hij snapt absoluut niet dat hij, nadat hij is gearresteerd, met zijn eigen gedrag zijn graf nog dieper graaft.

The Fortune Men is één grote aanklacht tegen racisme, dat moge duidelijk zijn. Racisme bij de politie, racisme bij de witte Britten die in Mahmood, getrouwd met  één van hen, de ideale zondebok zien. Racisme bij de rechtbank waar een onschuldige man ter dood veroordeeld wordt. Een onschuldige man helaas die het voor zichzelf behoorlijk verprutst heeft met zijn onbezonnen, onnadenkende gedrag. Praat dat iets goed? Natuurlijk niet. dat Mahmood een praatjesmaker is mag er niet toe doen.  

Als lezer sta ik daar een ietsiepietsie anders in. Ik merkte dat ik de praatjes van Mahmood niet goed kon hebben. Eigenlijk leren we de man pas goed kennen wanneer hij al lang en breed in de gevangenis zit. Dan komt zijn geschiedenis naar boven, ontdekken we waarom hij is wie hij is. In de eerste helft van de roman worstelde ik echter toch met een hoofdpersoon waar ik weinig begrip voor kon opbrengen. In de tweede helft groeide mijn begrip voor hem. 

Het hielp wat mij betreft ook niet dat ik het eerste deel van de roman vrij rommelig vond. Deze rommeligheid geeft de rommeligheid en de onrust in de buurt weer. Ik vraag me echter af of de roman niet gebaat was geweest bij een sterkere focus. Nu lijkt het alsof we twee verhaallijnen hebben, die van zussen Violet en Diana en die van Mahmood. De eerste kabbelt na de door van Violet nog even door en verzandt dan ergens. Die van Mahmood wordt naarmate de roman vordert sterker en overtuigender. Op dat moment werd ik eindelijk echt gegrepen door de roman. Het beroerde is dat ik ook in de rommeligheid zeker pareltjes van schrijfkunst ontdekte. Er zijn vele hoofdstukken waarin ze laat zien dat ze prachtig proza kan afleveren, vaak van een meer beschouwend karakter. 

Gemengde gevoelens dus. Afschuw dat iemand op zo’n manier aan zijn einde komt, onvrede met het feit dat Mohamed zijn zaak met meer focus nog aangrijpender had kunnen neerzetten. Ik kan me voorstellen dat er mensen zijn die juist gecharmeerd zijn van haar gekozen aanpak, die juist de meerwaarde van de rommeligheid zien.  Die zullen The Fortune Men als de ideale kandidaat voor de Booker zien. 





zondag 10 oktober 2021

Richard Powers || Bewilderment

 


2021 Shortlist

 Ik heb volgens mij alles van Richard Powers gelezen en elke keer laat de man me weer versteld staan. Dit keer ook. Toch is Bewilderment niet perse een typische Powers. Meestal grossiert de schrijver in ingewikkelde verhaallijnen met meerdere perspectieven die tegen het einde naadloos in elkaar gevlochten blijken. Bewilderment heeft eigenlijk maar één verhaallijn. Die grijpt je echter vanaf de eerste pagina letterlijk bij je keel. Powers speelt voor het eerst met emotie, en hoe.

Theo Byrne en zijn zoon Robin zijn de belangrijkste personages in Bewilderment. Echtgenote en moeder Aly, dodelijk verongelukt toen ze een uitweek voor een dier, is in hun hoofd en hart alom aanwezig. Bewilderment wordt verteld vanuit het perspectief van Theo; Robin stelt vragen, maakt opmerkingen; typografisch duidelijk herkenbaar doordat ze cursief zijn.

Na een bijna gelukzalig begin met vader en zoon die tijdens een lang weekend ergens in de bergen de sterrenhemel bewonderen, blijkt op pagina vier het probleem. Robin is een kind met een etiketje, een rugzakje. Hij heeft woedeaanvallen, is dan niet in bedwang te houden. Zijn school wil dat hij aan de medicijnen gaat. Vader Theo weigert, al is het maar omdat hij het niet eens met de diagnoses van artsen en onderwijzers. Hij ziet dat Robin ongelukkig is en worstelt maar zoekt verwoed naar een alternatief.

Dat alternatief komt in de vorm van een experimentele behandeling die het midden houdt tussen EMDR, mindfulness en Zen. Samenkomend in een computerprogramma. Robin lijkt te gedijen onder de behandelingen en het succes neemt zelfs toe wanneer hij via de computer in een eerder opgenomen experiment een soort energiegolven van zijn moeder moet zien te volgen (sorry, beter weet ik het niet te omschrijven). Robin verandert van een onhandelbaar jongetje in een kind dat zijn emoties onder controle heeft en het leven steeds beter aan kan.

Robin is echter nog steeds geen standaard kind. Hij eist van zijn vader dat die hem thuis les geeft, verdiept zich in de natuur en raakt op een toch niet helemaal fijne manier geobsedeerd door de teloorgang van het milieu op de aarde. Mede beïnvloed door wat hij tijdens de behandeling van zijn moeder meekrijgt en de beelden van Greta Thunberg, wordt hij activist. Een activist die nog steeds kind blijkt en niet snapt hoe de wereld werkt. Keer op keer is hij bitter teleurgesteld wanneer hij merkt dat mensen hem vertederend vinden maar hem bepaald niet serieus nemen.

Ik vermoed dat Theo in zijn jeugd ook een etiketje gehad heeft. Hij is wetenschapper en zoekt samen met een grote groep wetenschappers naar leven in het heelal. Het echte leven doorziet hij niet geheel. Hij voorziet ontdekte planeten van een geschiedenis en een verhaal. Hoe hij dat doet wordt mij nooit helemaal duidelijk, hij boeit mij net zo met de verhalen over de verre planeten als zijn zoon. Niet vreemd dat die niet helemaal past binnen het reguliere aanbod op zijn school.

De verhaallijn is helder: Powers neemt ons mee in het leven van Theo en Robin. Hij doorspekt hun tijdslijn met wetenschappelijke elementen uit Theo’s carrière, naarmate de roman vordert neemt ook het aantal kritische opmerkingen en voorvallen over het politieke klimaat toe. Powers blijkt dan zelf ook een beetje de activist: het moge duidelijk zijn dat hij geen fan was van de vorige president van de Verenigde Staten, zonder diens naam ook maar een enkele keer te noemen. In zijn roman  neemt Powers de vrijheid om te laten zien dat het allemaal nog erger had gekund.

Bewilderment is doordrenkt van wanhoop. Powers bereikt dat niet met uitbundige uitingen maar door subtiele frases in de conversaties die vader en zoon hebben, door gedachtes die Theo heeft. De hele roman ademt Theo’s angst dat het niet goed zal gaan met Robin. Het is zijn eigen wanhoop dat hij het zonder echtgenote Aly niet aan kan, de toenemende zekerheid dat Robin speciaal is, de angst dat hij niet kan verhinderen dat het speciale van Robin ontaardt in negativiteit, alleen maar onder controle te houden met medicijnen die Robin afvlakken.

Bewilderment is een knap geschreven roman waarin Powers wederom laat zien dat hij structuur (alleen maar korte hoofdstukken), schrijfstijl (geweldige samengestelde zinnen waarin geen woord of komma verkeerd staat)  en inhoud weergaloos weet te combineren. Alles draait om de pogingen van Theo om zijn zoon te behouden zoals hij is. Bewilderment is daarmee de roman geworden waarin Powers op magistrale wijze de wanhoop van een vader tot tweede verhaallijn maakt . Emotie en feitelijke gebeurtenissen leiden samen tot een hartverscheurend einde dat je vanaf het begin voelt aan komen.

Oftewel: ik was vanaf het eerste moment in de ban van Bewilderment. Powers bewijst met deze roman dat hij tot de top behoort. Een terechte plek op de shortlist, wat mij betreft een grote kanshebber voor de Booker Prize.



 

zondag 3 oktober 2021

Damon Galgut || The Promise

 


Shortlist 2021

 

Galgut heeft een knappe roman geschreven waarin we via de perspectieven van vier hoofdpersonen niet alleen een blik kunnen werpen op hun levens maar ook vrij subtiel de situatie in Zuid-Afrika meekrijgen. Wanneer precies is niet geheel duidelijk, dat Zuid-Afrika op het punt van veranderen staat wel.

De familie Swart staat centraal in The Promise. Galgut heeft hun verhaal opgesplitst in vier delen: Ma, Pa, Astrid en Anton. Waarom hij heeft gekozen voor deze indeling, wordt vanzelf duidelijk. Alleen dochter Amor ontbreekt in deze structuur. Haar perspectief komt echter zeker ook aan bod. Dat is namelijk het meest intrigerende element van The Promise. De wijze waarop Galgut voortdurend heen en weer springt tussen perspectieven. Soms zelfs middenin een alinea. Hij begint met Pa, springt over naar de predikant die naast hem staat en dan weer terug naar Pa. Als lezer ben je dus voortdurend alert op wiens perspectief nu aan bod is. Dat van één van de personages of misschien zelfs de verteller.

De verteller in dit geval is niet alwetend. Hij/zij is eerder een buitenstaander die van tijd tot commentaar geeft, reflecteert op de situatie, nooit wordt betrapt op opmerkingen als ‘als Amor had geweten dat …, dan…’.  Deze verteller voegt een extra laag toe aan de roman, zorgt ervoor dat de persoonlijkere perspectieven van de personages in een groter geheel geplaatst worden. En dat werkt buitengewoon goed.

De familie Swart wijkt af van het gemiddelde Zuid-Afrikaanse witte gezin. Moeder is van origine Joods en blijkt op haar sterfbed teruggekeerd naar haar oude geloof. Een bron van ergernis voor haar echtgenoot die volledig in de ban is van een bepaald manipulatieve predikant. Moeder is ook degene die op haar sterfbed haar echtgenoot de belofte afdwingt dat hun hulp in de huishouding, Salome, het huis krijgt waarin zij al jaren woont. Dochter Amor is de enige die vervolgens deze belofte wil invullen. Het feit dat haar familie de doodswens van haar moeder negeert zorgt voor een definitieve breuk met de familie.

Wat knap is aan The Promise is dat Galgut er met een minimum aan informatie in slaagt om de familieleden te schetsen. Hij heeft geen uitvoerige beschrijvingen nodig om hen te typeren. Consequentie hiervan is dat er weinig tot geen sprake is van karakterontwikkeling maar dat doet er dit in geval niet toe. De familieleden staan niet op zichzelf, ze representeren elk een type Zuid-Afrikaan of zelfs wereldbewoner dat de lezer zou kunnen herkennen.

The Promise is een knap opgebouwde roman waarin Galgut fantastisch speelt met de stijlelementen die hij tot zijn beschikking heeft. De perspectiefwisselingen in combinatie met de karaktertyperingen leveren een scherpe roman op die in weinig woorden heel veel vertelt. De vele perspectiefwisselingen dragen bovendien bij aan een zekere lichtheid in de roman, iets dat gezien het best wel pittige onderwerp welkom is.

The Promise is het type roman dat in je hoofd blijft hangen. Het onderwerp is universeel en tijdloos. Galgut is gelukkig het type schrijver bij wie de literaire kwaliteit niet ondergeschikt raakt aan de boodschap. Hij slaagt erin ze te verenigen en levert zo een prachtige roman af. Zeker een kanshebber voor de Booker dit jaar.