zondag 14 oktober 2018

Robin Robertson || The Long Take




Man Booker Prize Shortlist 2018

Heel kort door de bocht: Robertson neemt ons mee in het leven van een oorlogsveteraan die na de Tweede Wereldoorlog probeert het geweld en de wreedheden die hij heeft gezien te verwerken maar daar niet in slaagt. Deze veteraan, Walker, is niet meer in staat thuis rust te vinden en vlucht. Eerst naar New York, daarna Los Angeles. Hij combineert een jachtig bestaan als journalist met toenemend drankgebruik. The Long Take is één lange beschrijving van zijn ondergang.

The Long Take is echter veel meer. Het is ook een roman die meerdere lagen ingenieus verbindt, die de lezer het contrast laat bemerken tussen het lot van de vele veteranen die getraumatiseerd eindigen als daklozen en de vluchtige, snelle wereld van film en filmsterren. Een roman ook die een verband legt tussen het rücksichtsloos en onachtzaam slopen van het oude om plaats te maken voor het nieuwe, het moderne én de slordige manier waarop Amerika omging en gaat met haar getraumatiseerde veteranen, met haar daklozen, met haar geschiedenis.

Robertson verwerkt de meerdere lagen ook weer op meerdere manieren. Er zijn vier verhaallijnen: de beschrijving van thuis, het leven in New York en LA, terugblikken op de oorlog en bijna journalistieke commentaren op de twee steden. Die verhalen kennen elk hun eigen typografie: cursieve alinea’s voor de terugblikken op thuis, oorlog en de commentaren, tekstopmaak die aan epische gedichten doet denken voor de scenes die in het nu spelen. Het maakt dat je alert moet zijn op de verhaallijnen, het maakt ook dat je het epische gedicht moet lezen met aandacht voor onverwachte afbrekingen van regels die de cadans van een zin verstoren.

Het epische gedicht gaat steeds meer trekken vertonen van een psychedelische nare droomwereld. Op deze manier verbindt Robertson het verval van hoofdpersoon Walker die ten onder gaat aan trauma en alcoholverslaving in woord, tekst en fysiek beeld. Hoe slechter het gaat hoe sporadischer de terugblikken op vroeger thuis, hoe uitgebreider het terugzien op de wreedheden van de Tweede Wereldoorlog.

The Long Take doet denken aan de epische gedichten van Walt Whitman. Robertson, hoewel Schots, sluit zo aan bij een lange traditie. Op een essentieel onderdeel wijkt hij echter af. Waar quotes van Whitman gebruikt worden om de loftrompet af te steken over Amerika, is The Long Take een lange kritiek. De roman speelt weliswaar in de jaren na de Tweede Wereldoorlog maar kan zo doorgetrokken worden naar de huidige tijd. Ook nu gaat Amerika niet goed met haar veteranen en daklozen, ook nu gaat economisch gewin (te) vaak voor.

Door te spelen met zijn verhaallijnen, door Walker zijn verhaal op een vrij afstandelijke manier te laten vertellen speelt Robertson ook met emotie. The Long Take is triest, het is al vrij snel duidelijk dat het niet goed gaat aflopen met Walker en veel van de mensen die hij ontmoet. The Long Take verwordt echter nergens tot sentiment, met als resultaat dat de rauwe werkelijkheid des te harder binnenkomt.

Ik was zeer onder de indruk van The Long Take. Ik vermoed dat het een roman gaat worden voor een beperkte groep lezers die niet opzien tegen de afwijkende vorm, de gelaagdheid en de complexiteit van de roman of moet ik zeggen gedicht. Ik heb van begin tot einde genoten. 



zondag 7 oktober 2018

Anna Burns || Milkman



Man Booker Prize Shortlist 2018

Je zou kunnen stellen dat Anna Burns schaars omgaat met woorden. In de bijna 300 pagina’s die Milkman telt, lezen we alleen wat de hoofdpersoon met ons deelt. Met als resultaat dat het uitlezen van Milkman voor mij een opgave werd. Pas tegen het einde begon ik eindelijk een beetje de humor van Burns’ roman in te zien (maar toen hoefde ik nog maar zo’n 20 pagina’s te lezen).

Milkman is een monoloog, een allegorie die zwaar leunt op absurditeit, symboliek en opzettelijke vaagheid. De hoofdpersoon heeft geen naam maar is ‘middelste zus’ of ‘misschien-vriendin’. Er is geen persoon in haar boek te bekennen die een naam krijgt. Leuk hoor de ‘wee sisters’ maar op een gegeven ogenblik had ik het er wel mee gehad.

Voor degenen die een beetje weet hebben van de Noord-Ierse geschiedenis is het ook zeer snel duidelijk dat Milkman speelt ten tijde van de gewelddadige rellen aldaar. Burns noemt het beestje echter nooit bij de naam maar beperkt zich tot ‘zij aan de andere kant van de zee’, ‘zij aan de overkant’, zij aan onze kant’. Het moge duidelijk zijn dat ook de IRA eufemistisch beschreven wordt.

Ik vermoed dat Burns voor een lange monoloog gekozen heeft, de taal is te gestructureerd om onder 'stream of consciousness', te kunnen vallen, om het absurde karakter van Noord-Ierland ten tijde van de onrusten te benadrukken. De verstikkende regels die de gemeenschap zichzelf oplegt, de machtspositie van de niet bij naam genoemde IRA, de onmacht van mensen om verder te kijken dan hun neus lang is, het valt allemaal niet te ontkennen. In die opzet is Burns dus absoluut geslaagd.

Elk woord in Milkman telt echter, elke zin heeft lading en is betekenisvol. Je zou kunnen zeggen dat Burns daarmee te goed is geslaagd in haar opzet om te laten zien hoe verstikkend de Noord-Ierse samenleving van dat moment is: Milkman zelf is te verstikkend, te geconcentreerd, de roman bevat nauwelijks neutrale informatie. Pas tegen het einde, wanneer de vrouwen van middelbare leeftijd opeens massaal achter een gewonde man aan gaan, komt er iets verlichting, wordt de roman iets minder zwaar.

Ik vermoed dat er mensen zijn die snel het absurde in Milkman oppikken en zich kostelijk amuseren met de roman. De overdrijving is tenslotte duidelijk aanwezig. Mij lukte dat niet waardoor ik voor mijn gevoel pagina’s vol met betekenis heb moeten doorworstelen op zoek naar een beetje lucht. Ik geef geloof ik toch de voorkeur aan romans waarin het beestje gewoon bij het naampje genoemd wordt en niet de hele tijd zo gekunsteld om de hete brij heen gedraaid wordt. En met voldoende neutrale informatie om bij te komen van alle betekenisvolle zinnen.



zondag 30 september 2018

Esi Edugyan || Washington Black



Man Booker Shortlist 2018

Washington Black is een jonge slaaf die op wonderbaarlijke wijze zijn vrijheid krijgt en daarna emotioneel gebonden blijft aan zijn bevrijder. De roman eindigt wanneer Wash eindelijk bevrijder Titch kan loslaten, in de tussentijd maken wij kennis met een talentvolle jongeman met een wat wonderlijke af en toe lichtelijk ongeloofwaardige levensloop.

Wash groeit op op een plantage waar slavin Big Kit zich over hem ontfermt. Een nieuwe eigenaar blijkt wreed, de omstandigheden zijn beroerd. Dan arriveert Titch, de broer van de eigenaar, en neemt het leven van Wash een belangrijke wending. Hij mag Titch namelijk gaan helpen bij het bouwen van een luchtballon. Wash wordt weggerukt van Big Kit en wordt overgedragen aan de rijke, witte man. Die behandelt hem tot zijn stomme verbazing goed en ontdekt zelfs dat Wash een waanzinnig tekentalent heeft. Wash mag vanaf dat moment tekeningen maken voor een boek dat Titch schrijft.

Zonder iets te willen verklappen: Titch en Wash ontvluchten de plantage op wonderbaarlijke wijze en belanden uiteindelijk in Alaska. Daar laat Titch de knul achter. Hij moet het nu zelf uitzoeken. Avonturen, spannende ontwikkelingen, een verrassende nieuwe liefde en emotionele ontknopingen volgen. Wash ontwikkelt zich van een jong knulletje tot een volwassen getalenteerde man.

Wash ontmoet Tanna, de jonge dochter van een bioloog. Ook Tanna valt op: hoewel best wel mooi, kleedt ze zich niet vrouwelijk, ze toont meer interesses in biologie dan in de voor die tijd normale vrouwelijke bezigheden. Het tweetal blijkt voor elkaar gemaakt.

Washington Black is een roman over slavernij en ook weer niet. Esi Edugyan verwijst naar wreedheden, naar überhaupt het onrecht dat tot slaaf-gemaakten wordt aangedaan. In de roman staan hints naar vluchtroutes en naar de bewegingen in Europa en Amerika om slavernij af te schaffen. Wash ontmoet af en toe andere gevluchte slaven. Het is ook zeer duidelijk dat Wash is wie hij is door zijn verleden. De wreedheden die hij heeft meegemaakt, zijn constante vrees dat hij weer tot slaaf gemaakt wordt, de ongezonde relatie die hij met Titch en eigenlijk ook met zichzelf heeft: slavernij is de oorsprong en de oorzaak. En toch, Washington Black gaat vooral over de zoektocht van Wash naar zichzelf.

Washington Black is daarnaast een roman waarin deze rode draad verloren dreigt te gaan in de vele, vaak wel heel toevallige, ontwikkelingen. Voor de oppervlakkige lezer kan Washington Black al snel verworden tot een avonturenroman met wat mythische elementen. Omdat de hele roman door Wash verteld wordt, krijgen we daarnaast niets mee van wat er omgaat in Titch, in Tanna. Zij blijven een soortement bijfiguren en dat is jammer. De vele verwikkelingen leiden dan af van de zoektocht van Wash naar zichzelf, van de tegenwerking die hij als voormalig slaaf met een donkere huidskleur voortdurend ondervindt.

Esi Edugyan beschrijft de prachtige zoektocht van een jonge knul, getekend door het wrede leven dat hij geleid heeft. Hij moet ontdekken wie hij zelf is, hoe hij verder wil leven en hoe krachtig hij in het leven wil staan. Het is jammer dat die zoektocht af en toe verdrinkt in de vele soms ietwat ongeloofwaardige ontmoetingen en avonturen. De balans is af en toe ver te zoeken in Washington Black.




zondag 23 september 2018

Guy Gunaratne || In Our Mad and Furious City



Man Booker Longlist 2018

Die gekke, kwade stad is Londen. Onze hoofdpersonen wonen daar, in bepaald niet één van de betere wijken. ‘Estate’ is het verzamelputje van kansarm Londen. De wijk zindert door een terroristische actie eerder die week, een aangekondigde demonstratie van ultra rechts verergert de situatie. In ‘Estate’ proberen drie jongens hun leven te leiden:  Ardan, Selvon en Yusuf. Gunaratne trekt bovendien een duidelijke parallel met de ouders van de eerste twee, Caroline en Nelson. 

De drie jongens zijn vrienden. Ze hebben elkaar ontmoet op school en voetballen samen op straat. Ardan is van Ierse afkomst, bezeten door muziek en dan met name rap. Te iel, te onzichtbaar om veel indruk te maken. Selvon is Jamaicaans, hij traint tot op het obsessieve af om maar uit zijn wijk te kunnen ontsnappen. Een sportbeurs voor de universiteit is zijn ontsnappingsroute. Yusuf is van Pakistaanse afkomst, zijn vader was imam maar is recentelijk overleden. Een akkefietje met zijn oudere broer maakt dat familie en de nieuwe imam samenspannen om beide jongens weer op het rechte pad te krijgen. Yusuf wordt tegen zijn wil langzaam maar zeker de fundamentalistische islam ingetrokken.

Caroline is op het moment van schrijven een dronken, verlopen vrouw van Ierse afkomst. Zij blijkt door haar familie in Belfast naar Londen gestuurd om niet verwikkeld te raken in de gevechten tussen Britten en IRA. In Londen krijgt ze te maken met andere problemen, een echtgenoot met losse handjes bijvoorbeeld. Nelson is één van de vele Jamaicanen die een beter leven heeft gezocht in Londen. Hij dreigt eerst meegezogen te worden in gevechten tussen rechts en ‘zwart’ maar kiest ervoor om zijn leven vreedzaam te lijden. Hij accepteert dat zijn keuze tegen geweld tegelijkertijd een keuze is voor accepteren dat hij tweederangs is, dat hij nooit een echte Brit zal zijn.

Beide ouders hebben nauwelijks contact met hun zonen. De één is te dronken, de ander na een beroerte niet meer tot praten in staat. De één denkt niet na over wat er met haar zoon gebeurt, de andere piekert zich suf en vreest het ergste. De derde zoon heeft geen vader meer waarop hij kan terugvallen en is overgeleverd aan ‘zíjn’ mensen.

Gunaratne laat ons kennis maken met vijf mensen die alle vijf hun zwakke en sterke punten hebben. Zijn hoofdpersonen zijn de mensen die je op straat daadwerkelijk tegen kunt komen. Niet perfect, elk met hun eigen problemen en zorgen , geen enkele behoefte om verwikkeld te raken in de wereld van geweld en terrorisme. Ardan, Selvon en Yusuf zijn waarschijnlijk de jongetjes waarvan je in eerste instantie op straat schrikt om dan later tot de conclusie te komen dat het gewoon aardige knullen zijn.

Gunaratne wisselt in elk hoofdstuk het perspectief van zijn hoofdpersonen af; er is geen misverstand over wie aan het woord is. Omdat Caroline en Nelson ouder zijn, werkt hij in hun hoofdstukken met terugblikken naar de tijd dat zij de leeftijd van hun kinderen hadden. Door deze parallel kan Gunaratne laten zien dat ook in hun tijd problemen speelden over ras, geloof en afkomst. En dat persoonlijke keuzes bepalen welke kant je opgaat.

Gunaratne schrijft prachtige volzinnen die hij afwisselt met straattaal. Zijn vijf hoofdpersonen gebruiken woorden die behoren bij hun generatie, bij hun wijk. Het zorgt ervoor dat de roman snelheid en vaart krijgt, dat de onderhuidse spanning in Londen door de taal weerspiegelt wordt.

Gunaratne speelt aan de ene kant met de alledaagsheid van de drie jongens maar kiest er tegelijkertijd voor om het verhaal een zeer verrassende wending te geven. Aan het einde van de roman vliegen ultra-rechts en moslim elkaar in de haren, een uitgebrande moskee wakkert letterlijk en figuurlijk het conflict aan. Alleen de lezers weten wie daadwerkelijk de moskee in brand gestoken heeft.

Gunaratne eindigt zijn roman met een soort vooruitblik. Ik weet niet of ik daar nu zo blij mee was. Ik geloof dat ik liever zelf had kunnen beslissen hoe het met de vijf afloopt. Desondanks was ik onder de indruk van In Our Mad and Furious City. De roman is met vaart geschreven, wisselt effectief tussen de vijf perspectieven van de hoofdpersonen, springt vakkundig heen en weer tussen tijd en kent een onderhuidse spanning die de spanning op straat weerspiegelt.