zondag 9 juli 2017

Jacqueline Woodson || Another Brooklyn


In deze korte roman kijkt hoofdpersoon August terug op haar jeugd. De begrafenis van haar vader en de ontmoeting met een jeugdvriendin in de metro brengen de herinneringen boven. August is geboren in Tennessee maar verhuist samen met haar vader en broertje in de jaren 70 naar Brooklyn, net als veel andere Afrikaans-Amerikanen. Daarna ontmoet ze de drie meisjes die haar hartsvriendinnen gaan worden: Gigi, Angela en Sylvia. August en haar vriendinnen ontdekken wat het betekent om te puberen in een stad die indertijd nog bekend stond om haar gewelddadigheid en vrouwonvriendelijkheid. Vanaf een jonge leeftijd moeten ze alert zijn, hun mannelijke leeftijdsgenoten zien hen als prooi en doen hun uiterste best om hen te verleiden.

Terwijl vader en broer verleid worden door de Islam, kiest August voor haar vriendinnen. Zij delen elkaars geheimen, zij proberen elkaar te helpen in het opgroeien. Slechts één van hen groeit op in een volledig gezin, de drie anderen missen op welke manier dan ook hun moeders. Woodson is er duidelijk in dat de meiden de prooi zijn van jongens op zoek naar seks, zij benoemt hun andere problemen nergens direct, uit terloopse opmerkingen en beschrijvingen blijkt waar de meiden tegenaan lopen.  Uiteindelijk blijkt het toch een vriendje die de vriendschap op het spel zet.

Woodson heeft gekozen voor een ik-figuur die vanuit haar standpunt terugblikt, we horen nooit hoe de drie andere meiden over een situatie denken. De realiteit komt vaak tot de lezer door een subtiele toevoeging, een feitelijke opmerking. De lezer ontdekt terloops wat er daadwerkelijk speelt. De ik-figuur brengt haar gevoelens de roman in, waardoor deze nooit droog of opsommend wordt. Another Brooklyn is een persoonlijk, gevoelig relaas.

Woodson’s roman is ingetogen en toont veel inlevingsvermogen. Het is duidelijk dat zij weet wat er in het leven van vier jonge vrouwen kan spelen. Woodson heeft ook duidelijke keuzes gemaakt. Wij weten wel dat August uiteindelijk gaat studeren, waarom en hoezo vertelt zij niet. Net zo min als wij een helder beeld krijgen van de jaren tussen het einde van de vriendschap en de begrafenis van haar vader. Dat is een welbewuste keuze van Woodson die maakt dat ik – hoewel ik wat zij geschreven heeft prachtig vond – toch steeds een beetje het idee heb dat de roman niet volledig is, niet af.



zondag 2 juli 2017

Jane Gardam || Old Filth / The Man in the Wooden Hat / Last Friends

Het zal niet in Gardam’s hoofd opgekomen zijn, maar haar trilogie lezen terwijl ondertussen haar geboorteland afscheid wil nemen van de EU voegt een extra laagje toe aan haar drie romans. De wens van veel Britten om weer terug te keren naar de hoogtijdagen van het oude koninkrijk wordt toch echt wel in een ander daglicht gezet door de belevenissen van drie mensen in die hoogtijdagen. Edward Feathers, zijn echtgenote Betty en hun nemesis Terry Veneering.

Edward en Betty zijn zogenaamde Rai-wezen. Kinderen van expats die vanuit Singapore, Shanghai, Hong Kong of waar dan ook rond hun 4e-5e levensjaar naar huis werden gestuurd om daar te kunnen profiteren van een degelijk Britse opvoeding. Wat in veel gevallen gelijk bleek te zijn aan uitbuiting in een pleeggezin en zo goed als altijd leidde tot een liefdeloze jeugd met alle consequenties vandien. Vele expats zijn op die manier voor de rest van hun leven getraumatiseerd. Gardam maakt er geen drama van, ze laat het heel subtiel steeds om de hoek piepen.

De trilogie kent meerdere lagen: opgroeien buiten het gezin, het niet kunnen aangaan van relaties op latere leeftijd, verergerd door een liefdeloze jeugd, de vijandschap tussen twee concurrenten, eentje uit een zogenaamd bevooroordeeld gezin, de ander uit een straatarm gezin maar wel geliefd door zijn beide ouders en tenslotte een korte geschiedenis van Groot Brittannië vanaf de jaren dertig tot de jaren negentig, met wederom subtiele verwijzingen naar veranderingen.

Deel 1 en 2, het domein van Edward en Betty, lijken het meeste op elkaar. Niet alleen omdat Edward en Betty veel op elkaar lijken en Gardam hun rustige, bijna voorname levenstijl overneemt in haar schrijfstijl. Ook omdat het lijkt alsof Gardam in deel drie wat eindjes aan elkaar wil knopen. Terry Veneering staat weliswaar centraal, ook andere personen die tot dan toe in de coulissen stonden krijgen opeens veel aandacht. En dat verstoort. Ik had liever meer gelezen over Veneering dan over de laatste vrienden die als enige achterblijven. Last Friends wordt door die ingreep rommelig. Het helpt niet dat deze roman van toevalligheden aan elkaar blijkt te hangen: teveel mensen die elkaar toevallig leerden kennen in hun jeugd, toevallige eerste ontmoetingen, teveel van het goede.

Ik heb Old Filth en The Man met veel plezier gelezen. Last Friends was een domper op de pret. Ik vond het noch recht doen aan Veneering noch aan de trilogie. Jammer. De eerste delen zijn loom geschreven romans met subtiele maar vlijmscherpe kritiek op het establishment.




vrijdag 23 juni 2017

Zadie Smith || Swing Time

Ik hink weer eens op twee gedachten. Ik merkte dat ik geboeid was door Swing Time op het moment dat Zadie Smith zich focuste op de persoonlijke relaties, ik haakte af in die passages waarin zij haar hoofdpersoon confronteert met het ‘grote Afrikaanse‘ vraagstuk. Een te hoog Angelina Jolie ‘kijk mij toch eens goed doen’-gehalte zullen we maar zeggen.

De hele roman wordt verteld vanuit ik-perspectief. Dit gaat zelfs zover dat je er nooit achter komt hoe de ik-figuur heet (ik ben gaan terugbladeren om te ontdekken of ik ergens overheen gelezen was). De ‘ik’ is de dochter van een manager bij British Mail en een Jamaicaanse moeder; hij is tevreden met zijn lot, zij is continu op zoek naar verbetering. Zij eindigt uiteindelijk in het Britse parlement, hij wordt weer postbode. Vaders is vooral gespitst op het geluk van zijn dochter, moeders vooral op haar toekomst. Dus omarmt hij vriendin Tracey en verfoeit zij dit product van een alleenstaande, arme, opleidingsarme moeder.

Tracey en ‘ik’ zijn dikke vriendinnen, tegen heug en meug, Tracey bepaalt, ‘ik’ volgt. Hun gezamenlijke passie voor dans verenigt hen en drijft hen uiteindelijk uit elkaar. Tracey kan een dansopleiding gaan volgen, ‘ik’ verknalt bewust haar kans om een beurs te krijgen voor een particuliere school en eindigt daardoor op een niet al te beste openbare middelbare school. Terwijl Tracey vecht om een carrière in de musicalwereld op te bouwen (vrij beperkt aangezien ze niet kan zingen), gaat ‘ik’ zonder veel overtuiging naar de universiteit en zet met nog minder overtuiging haar stappen in de werkende wereld. Door een toevalstreffer wordt ze PA van een bekende zangeres, Aimee. En blijft daar zonder er veel over na te denken hangen.

‘Ik’ wordt gepusht om verder te komen dan haar moeder die haar tegelijkertijd eigenlijk als een belemmering ervaart om haar eigen leven te kunnen leiden, iets waar dochterlief de rest van haar leven last van houdt. Tracey wordt verdedigd en gesteund door haar moeder die tegelijkertijd faalt doordat zij geen afstand durft te nemen van Tracey’s mishandelende vader. ‘Ik’ blijft een besluiteloze puber die alles over zich heen laat komen en geen idee heeft wat ze met haar leven aan wil. Tracey vecht met alles wat ze in zich heeft om te slagen maar blijkt ook teveel beïnvloed door twee vechtende ouders.

Wanneer Aimee besluit iets goeds te gaan in Gambia, is ‘ik’ degene die de contacten onderhoudt met de docenten van het door Aimee opgezette schooltje voor meisjes in Gambia en die deze mensen steeds beter leert kennen. Juist in de beschrijving van die contacten laat Smith zien hoe beperkt de mogelijkheden zijn van jonge vrouwen in een Islamitisch land waar zij maar een perspectief hebben: trouwen en kinderen krijgen. Maar confronteert zij haar lezers ook met de vraag of de westerse bril wel voldoet? Wie zijn wij om te oordelen of het huwelijk van vriendin Hawa met  een strenge Islamiet nu zoveel erger is dan de impasse waarin ‘ik’ al jarenlang leeft.

Smith beschrijft de persoonlijke relaties ijzersterk, ze zorgt er bovendien voor dat de lezer zich vragen stelt bij de eigen westerse bril. De vele dansscènes uit oude musicals dragen bij aan een levendig geheel, maar maken ook schrijnend duidelijk dat die musicals wel kansen boden aan witte talentvolle dansers uit kansloze milieus, Fred Astaire, maar niet aan talenten met een andere huidskleur. Een complexe roman dus; dat ietwat te hoge Angeline Jolie-gehalte van tijd tot tijd zij Smith vergeven.


zondag 4 juni 2017

Emma Flint || Little Deaths


Vanaf het moment dat de politieagenten een blik werpen op Ruth Malone is het voor hen duidelijk dat zij schuldig is. Zij heeft haar eigen kinderen ontvoerd om de vader een hak te zetten, zij heeft haar eigen kinderen vermoord zodat ze weer een onbezorgd leventje kan leiden. Wie uiteindelijk de twee kleine kinderen vermoord heeft, doet er niet zo toe. Little Deaths draait vooral om vooroordelen, vooringenomenheid en corruptie.

Begin jaren zestig is Queens nog niet toe aan een bloedmooie, jonge vrouw die duidelijk laat merken dat zij meer wil dan alleen moederschap en huwelijk, die zindelijkheid uitstraalt en die niet staat te springen om dikke maatjes te worden met de andere vrouwen in haar buurt. Dat zij ogenschijnlijk gaan traan laat, probeert ondanks haar verdriet er goed uit te zien, het wordt er noch door politie noch door de vrouwen in haar buurt in dank afgenomen.

In de eerste helft van de roman schept Flint een krachtig beeld van de vooroordelen en de onmacht van Ruth. De vooringenomenheid en naar later blijkt ook corruptie van de politie verbijstert. Halverwege de roman zakt deze wat in. Dat komt vooral door een ander personage, journalist Pete. In eerste instantie doet hij braaf wat zijn hoofdredacteur wil en schetst het beeld van een ontaarde moeder, een verloederde vrouw die met ontelbare getrouwde mannen het bed deelt. Een gesprek met Gina, de enige buurvrouw die wel gelooft in Ruth, maakt dat Pete als een blad aan de boom omslaat. Hij gaat op zoek naar informatie die Ruth kan helpen. Het feit dat ook hij gevallen is voor de charmes van Ruth had goed kunnen werken, in dit geval maakt het vooral zijn ommezwaai niet geheel aannemelijk. Daarvoor wil hij te graag Ruth tot de zijne maken. Ook hij ziet alleen het cliché niet de persoon.

Little Deaths draait om de dood van twee kinderen maar is geen detective, de roman gaat vooral om het proces dat in gang gezet wordt door de dood van de twee kinderen. Ik vond vooral de wijze waarop Flint de atmosfeer schetst sterk, je waant je al snel een toeschouwer in een bekrompen buurt waar elke afwijking van de regelmaat niet wordt getolereerd.  Je ziet de vrouwen in hun schorten al in groepjes staan roddelen. Het is jammer dat Flint die spanning niet tot het einde toe heeft weten vol te houden. Minder Pete, meer Ruth had wellicht beter gewerkt.