maandag 1 juni 2015

Kamila Shamsie || A God in Every Stone

In A God in Every Stone komen twee verhaallijnen kunstig samen: een zoektocht naar een archeologisch artefact en een opstand / bloedbad in Peshawar in 1930. Shamsie springt in haar roman van persoon naar persoon van tijd naar tijd en terug en van verhaallijn naar verhaallijn. Op deze wijze slaagt zij erin beide verhaallijnen vanuit meerdere perspectieven te belichten en ze te verbinden. Ze start haar verhaal in 1914 met een jonge Britse vrouw, Vivian, die van haar ouders mag meewerken aan een opgraving in Turkije. Haar terugreis valt samen met de start van WO1, wat Shamsie de kans biedt haar tweede personage te introduceren: een jonge Indiër , Qayyum, die voor de Britten vecht en zwaar gewond raakt. Hij keert gedesillusioneerd terug naar Peshawar en raakt daar al snel in de ban van een vreedzame islamitische beweging om onafhankelijkheid te verkrijgen (in nauwe samenwerking met de beweging van Ghandi). Hij moet machteloos toezien hoe een demonstratie in 1930 uitmondt in een door de Britten bloedig neergeslagen opstand. Zijn jongere broer Najeeb lijkt in eerste instantie vermist. Najeeb blijkt zo'n 10 jaar eerder de pupil geweest te zijn van onze Britse die tijdens WO1 een tijd in Peshawar heeft gewoond. Zij voelde zijn honger naar kennis aan en heeft hem warm gemaakt voor geschiedenis en archeologie. Op het moment dat zij terugkeert naar Peshawar om samen met hem archeologisch onderzoek te doen, raken zij beide verzeild in de opstand. Shamsie introduceert dan op een vrij laat moment nog twee nieuwe personages: Zarina en Diwa. Twee jonge vrouwen die vanaf hun balkon de opstand gade slaan en er beide op hun manier in betrokken raken. Dat is het moment waarop voor mijn gevoel Shamdie de controle over haar eigen verhaal kwijt lijkt te raken. Diwa gedraagt zich als een impulsieve onbezonnen puber, wij worden echter geacht haar te zien als een heldin.
A God in Every Stone grossiert in prachtige beschrijvingen van Turkije, Pakistan en de liefde voor archeologische overblijfselen. De personages blijven aan de stereotype kant (blauwkous, gelouterde soldaat en naïeve jongeling) maar voegen elk op hun eigen manier iets toe aan het verhaal. Shamsie heeft er bewust voor gekozen de situatie aan het einde te exploderen, ik haakte daardoor af. Eigenlijk vraag ik me nog steeds af hoe A God in Every Stone had uitgepakt indien Shamsie zich had beperkt tot Vivian en haar leven. Het begin van de roman was er in ieder geval een prachtige aanzet toe. Daarna bekroop mij net iets te vaak het gevoel ' alweer WO1, alweer de ontstaansgeschiedenis van India en Pakistan'. Begrijp me niet verkeerd, A God in Every Stone is een prachtige roman, die weliswaar aan het einde uit de hand loopt, maar die absoluut boeit. Ik had vrees ik graag die roman gelezen over Vivian en haar ontdekkingsreis door archeologie en het leven.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen