dinsdag 10 maart 2015

Tim Winston || Eyrie

Eyrie heeft twee hoofdpersonen: Tom Keely en de stad waar hij woont, Perth. Keely brengt zijn dagen door op de hoogste verdieping van een ooit modern flatgebouw - een uitkijkpost, de vertaling van eyrie. Het gaat niet goed met Keely: hij is zijn baan als woordvoerder van een belangrijke milieubeweging kwijt door een stomme opmerking die hij op TV heeft gemaakt, zijn ex heeft hem verlaten nadat zij het kind van haar minnaar heeft laten weghalen. Hij vlucht weg in pillen en drank. Zijn geagiteerde gemoedstoestand wordt gereflecteerd in de schrijfstijl van Winston: korte zinnen (vaak zelfs enkele woorden), jachtig, druk. Niet gemakkelijk om te lezen, het wringt en schuurt. Dat Winston een meester is in vloeiende prachtig opgebouwde zinnen, blijkt vooral op momenten dat Keely zich beter voelt. Een van de redenen daarvoor is de toevallige ontmoeting met zijn vroegere buurmeisje en haar kleinkind Kai. Ook zij wonen op die hoogste verdieping en langzaam maar zeker lopen hun levens in elkaar over. Keely voelt zich steeds verantwoordelijker voor Kai. Hij vermoedt dat het niet goed gaat met de zesjarige en houdt een oogje in het zeil. Twee gebeurtenissen leiden uiteindelijk tot een gruwelijke apotheose.
 Keely beweegt zich door de stad en door zijn ogen leren wij (de mindere kant van) Perth kennen. Toeristen, jonge professionals, surfers, zwervers, Keely ontmoet ze allemaal. Ook hier geldt: Keely's stemming wordt vertaald naar gelijksoortig taalgebruik. En omdat hij over het algemeen slecht in zijn vel zit, schrijft Winston kort, jachtig, zenuwachtig. In theorie een geslaagde combinatie tussen personage en schrijfstijl, maar in de praktijk leidde het bij mij tot een afkeer om verder te lezen. Het is dat ik weet dat Winton anders kan en dat ik wilde weten wat met Kai zou gebeuren, anders had ik er misschien de brui aangegeven. Eyrie is geen 'lees maar lekker weg'-boek, integendeel, het eist van de lezer dat deze zich overgeeft aan de schrijfstijl. Mij lukte dat slechts gedeeltelijk, jammer.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen