maandag 28 maart 2016

Lisa McInerney || The Glorious Heresies



De titel is duidelijk ironisch bedoeld: wat de kinderen in deze roman van hun ouders meekrijgen is allesbehalve positief. Armoede, genen voor verslaving, criminaliteit, geen ruggengraat en dat allemaal gecombineerd met foute beslissingen, al dan niet maatschappelijk afgedwongen. Zo zou je kunnen stellen dat wij het strikte katholieke Ierse milieu ervoor verantwoordelijk kunnen houden dat ongetrouwde Maureen haar zoontje moet laten opvoeden door haar ouders – en dan mag ze nog van geluk spreken dat ze naar Londen mocht emigreren en niet opgenomen werd in één van de inmiddels beruchte Magdalena-wasserijen (zie ook de film Philomena) -, dat haar zoontje Jimmy door zijn liefdeloze opvoeding dé crimineel in Cork wordt die één van zijn oude bekenden Tony het lijk van de door zijn onlangs teruggekeerde moeder gedode junk laat verdwijnen waardoor diens vriendin Georgie op zoek gaat naar haar verdwenen minnaar en onder andere aanklopt bij haar minderjarige dealer Ryan, de zoon van Tony, waardoor Jimmy weer krampachtig gaat proberen iedereen bij zijn moeder vandaan te hebben. Een onderkoelde crimineel kan zich tenslotte geen gestoorde moeder permitteren. De minderjarige zoon is natuurlijk dealer geworden, omdat zijn verslaafde moeder te jong sterft en zijn vader hem regelmatig alle hoeken en gaten van de kamer laat zien. Het enige positieve in Ryans leven is zijn vriendin Karine en hij doet uitermate zijn best om ook de relatie met de enige normale persoon in zijn leven te verknallen.

Kunt u het nog volgen? Eindconclusie na het lezen van The Glorious Heresies: een ambitieuze roman die helaas sneuvelt in een teveel aan goede bedoelingen en clichés. Teveel personages, teveel verwikkelingen, te opgewonden taalgebruik, te weinig rust, te weinig echte ontwikkeling van personages. Zelfs het feit dat Maureen zich op het einde ontfermt over Ryan en zo haar fouten uit het verleden wil goed maken is helaas wederom een cliché, mooi en ontroerend, maar toch. McInerney heeft het in zich om een goede schrijver te worden maar dan moet ze zich zelf ietwat meer onder bedwang houden.




vrijdag 18 maart 2016

Petina Gappah || The Book of Memory



The Book of Memory is zo'n compacte roman die op wonderbaarlijke wijze meerdere thema's probleemloos verbindt. Thema 1: het lot van negroïde albino's; thema 2: het lot van homo's en lesbiennes; thema 3: het leven in de gevangenis; thema 4: van kolonialisme naar onafhankelijkheid en thema 5: geloof in geesten en duivels in de moderne maatschappij. En dat allemaal in Zimbabwe. Gappah verbindt alles op logische en soepele wijze en slaagt er bovendien in met weinig woorden haar personages scherp neer te zetten. Ik vermoed dat zij net als veel van haar generatiegenoten profijt heeft van deze tijd waarin beelden een grote rol spelen. Of het nu gaat om de fotoreportage van albino's elders in Afrika, tv-series over gevangenissen of clichés over typische Britten: ze zitten in ons hoofd en Gappah benut deze beelden effectief voor haar  personages.
Hoofdpersoon Memory zit in de gevangenis voor een moord die zij niet heeft begaan. Het slachtoffer is de man die haar ooit (gelooft zij) heeft gekocht van haar ouders, met als resultaat dat ze haar armoedige buurt verlaat en haar leven drastisch verandert. Dankzij Lloyd kan Memory wel naar een goede school en universiteit en komt ze niets meer tekort, behalve haar familie dan. Memory mist haar ouders en haar zusje en snapt niet waarom ze verkocht is. De enige verklaring die zij kan vinden is haar gebrek aan pigment. Pas aan het einde van de roman blijkt dat Memomy het bij het verkeerde eind had. Of ze de gevangenis ooit mag verlaten, laat Gappah in het midden.
Memory is de ik-persoon, zij vertelt haar verhaal aan een journaliste terwijl ze in afwachting is van een mogelijk nieuw proces. Dit biedt Gappah de kans om Memory te laten ingaan, bewust en onbewust, op de vijf eerder genoemde thema's. Het contrast tussen oude gewoontes en moderne tijd is een constante factor in Memory's verhaal. Al is het maar dat zij als moderne mens in Londen kon spelen met haar witte huid en haar, in Zimbabwe is haar gebrek aan kleur alleen maar een last. Soms kwam ik met een schok weer tot de constatering dat The Book of Memory niet speelt in de jaren vijftig maar recent. Ik heb eigenlijk maar één minpuntje: Gappah strooit veel met woorden uit de moedertaal van Memory, en tja die spreek ik niet. Hele zinnen begreep ik dus niet. Een detail in een voor de rest prachtige roman met een ontroerende hoofdpersoon.






woensdag 9 maart 2016

Melissa Harrison || At Hawthorn Time

At Hawthorn Time lijkt te starten als een idylle, een moderne dan, over zwerver Jack die de bewoonde wereld ontvlucht en zijn heil zoekt in bos en veld. Hij kiest ervoor oeroude paden te gebruiken die op moderne mappen vaak niet meer te vinden zijn. Zo blijft hij in contact met de natuur; hij weet te overleven met tijdelijk werk op boerderijen en door groente mee te nemen uit volkstuintjes. Jack arriveert in Lodeshill waar zijn pad dat van Howard en Jamie zal kruisen. Jamie is een nazaat van Lodeshill, zo'n knul die nooit beseft dat enige opleiding toch echt van waarde is en lijkt af te stevenen op het ene lopende band-baantje na het andere; Howard is gepensioneerd en op verzoek van zijn echtgenote geëmigreerd naar het platteland. Hun huwelijk rammelt; zij zoekt steun in schilderen en de kerk, Howard repareert oude radio's. De levens van Jack, Howard en Jamie raken elkaar nauwelijks, ze zijn hooguit die knul met zijn opgefokte auto of de zwerver die het dorp verontrust. Aan het einde van de roman blijkt waarom Harrison hun levens beschrijft, ze komen dan hardhandig samen in een auto-ongeluk. Een van hen overlijdt, Harrison onthult nooit wie. Ik hoop stiekem op Jack. Niet omdat ik Jack niet aardig vind maar juist omdat Harrison zo duidelijk maakt dat zijn zwervende leven steeds moeilijker wordt. Jack moet of volledig diep de natuur in of zich na jaren zwerven eindelijk conformeren aan de moderne maatschappij. De liefdevolle wijze waarop Harrison de natuur waarin Jack verblijft beschrijft, maakt dat je als lezer niet kunt verkroppen dat Jack in een rijtjeshuis zou moeten wonen en naar de supermarkt zou moeten gaan voor zijn dagelijkse behoeftes. Voor Howard en Jamie geldt juist het omgekeerde: Harrison zet ze eerst neer als wat doelloze wezens en keert dat beeld dan tegen het einde van de roman vakkundig om. Voor beide lijkt een volgende kans in het verschiet te liggen.
Twee zaken maken At Hawthorn Time de moeite van het lezen waard: de prachtige beschrijvingen van de natuur en de subtiele wijze waarop Harrison de personages tot leven brengt in een toch bepaald compacte roman (net iets meer dan 200 pagina's). Harrison zinspeelt op beelden die wij hebben van gepensioneerde nieuwe plattelanders, van aan auto's prutsende knullen en van met de aarde verbonden reizigers; subtiele toevoegingen geven de drie mannen een eigen karakter. Omdat Harrison ook negatieve dingen aanstipt, wordt de roman nergens soft.
At Hawthorn Time is een roman die je verplicht langzaam moet lezen om de mooie beschrijvingen zo goed mogelijk in je op te nemen. Het is een prachtig plaatje maar wel met een rauw randje.


zondag 28 februari 2016

Andrew Michael Hurley || The Loney

The Loney start met de vondst van een kinderlijkje waardoor hoofdpersoon Tonto terugblikt naar de jaarlijkse pelgrimstocht naar The Loney, een heilige bron aan de Engelse noordwestkust. Tonto en zijn broer Hanny zijn opgevoed in een streng katholiek milieu. Zo’n milieu waarin minstens één zoon pastoor zou moeten worden en de pastoor letterlijk gezien wordt als het woord Gods. In dat milieu gaan twee dingen niet helemaal naar wens: de nieuwe pastoor die nieuwerwetse dingen probeert te introduceren en zoon Hanny die verstandelijk beperkt is. De pelgrimstocht is onder andere bedoeld om bij God te smeken om zijn genezing.  Dat onder de leiding van de nieuwe pastoor de pelgrimstocht niet naar behoren verloopt, verbaast niet. Tonto’s moeder blijkt niet van plan af te zien van oude rituelen, voor haar vormen ze een integraal onderdeel van haar leven. De genezing van Hanny staat voor haar voorop, Tonto’s leven is ondergeschikt aan dat van Hanny – iets waar hij de rest van zijn leven last van zal hebben.
Hurley beschrijft het starre katholieke milieu prachtig. De omgeving waar de pelgrimstocht naartoe leidt, draagt daar in hoge mate aan bij: somber, dreigend, onheilspellend. Ook de onderlinge relaties geeft Hurley goed weer: de mate waarin de vrome dames elkaar de loef af proberen te steken in vroomheid is meer dan treffend beschreven. De arme nieuwe pastoor maakt geen schijn van kans met zijn vernieuwingen, die dienen nergens toe. Een ander element dat Hurley zonder het nader te benoemen prachtig verwerkt, is de invloed van Tonto’s moeder op het gezin. Haar starheid grenst in meer of mindere mate aan autisme, het verlamt het hele gezin. Aan het einde van de roman blijkt ook Tonto ermee behept: de zorg voor zijn broer heeft hij op krampachtige wijze in hun latere leven voortgezet.
Wat ik minder vond aan de roman was ‘het wonder’: Hanny geneest.  Ik vond dit wonder te ver gezocht. De wantrouwige manier waarop katholieken en buurtbewoners  met elkaar omgaan, omschrijft Hurley mooi. Datzelfde geldt voor de verstikkende sfeer in de groep starre katholieken die elkaar niets gunt, elkaar de loef probeert af te steken en elke verandering resoluut afwijst. De wonderbaarlijke genezing van Hanny voegt daar niets aan toe, sterker nog, het wonder haalt de kracht van de roman onderuit. De wijze waarop Hurley de sfeer heeft gezet en met enkele bewoordingen de personages sterk neerzet, overtuigt. Door het wonder wordt plotsklaps een overbodige laag aan de roman toegevoegd waar ik persoonlijk niets mee kan en waardoor ik me opeens afvraag ‘waar ging de roman nu over?’: de beklemmende sfeer van katholiek Engeland of de waarheid achter een wonder? Wat mij betreft had The Loney zich tot het eerste mogen beperken.